Gympen met een hoge hak vind ik de meest geweldige uitvinding op schoenengebied, sinds ik laten we zeggen “kaas heb gegeten” van schoenen. Vanaf mijn vijfde levensjaar dus, waar ik rode klomplaarsjes droeg, met stip mijn favourite shoes. Ik droeg ze nog toen mijn tenen pijnlijk tegen de voorkant drukten. Zo geweldig vond ik ze. Sindsdien zijn er heel wat favourites in mijn leven geweest. Zo heb ik wel tien jaar lang als een gek blokhakken met plateauzolen verzameld. Bij tweedehandszaakjes, in de uitverkoop bij meer bekende winkelketens of dan maar gewoon voor de volle mep. Ik ging erop naar mijn werk, wat niet altijd gewaardeerd werd. Want op een kantoor is de dresscode toch iets anders gesteld. Ik had ze zelfs aan tijdens een bedrijfsuitje, waar iedereen gezellig dezelfde bodywarmer met logo van het bedrijf kreeg aangemeten en er vervolgens een stevige wandeling door het bos werd gemaakt. Ik deed mee op mijn blokhakken en was daarmee het spotpunt van de middag.
Ze lopen héérlijk, echt waar...
Kon ik me tenminste nog onderscheiden van de meute. En aan iedereen die het maar horen wilde, zei ik dat ze heel goed liepen. Omdat het plateau aan de voorkant er voor zorgde, dat je helemaal niet op zo’n hoge hak liep als dat het leek. Nu, werkzaam in de orthopedie, weet ik wel beter. Nou ja, toen eigenlijk ook wel, maar what the fuck. En natuurlijk ging ik dansen op mijn plateaus. Van die knalpaarse met een hak van 16 centimeter. Of een paar zwarte, die nu, bij nader inzien, erg lijken op sommige orthopedische monsters die mensen met weerzinwekkende afwijkingen krijgen aangemeten. Bij mij werkte het andersom. Deze schoenen bezorgden me problemen. Van beide voeten vergroeiden de nagels van de grote teen compleet, lieten uiteindelijk los en maakten plaats voor nieuwe. Ik ging als horlepiep door het leven.
De nieuwe grote liefde, de cowboylaars of die ene jongen?
Eenmaal daarvan bekomen en hersteld, kwam de cowboylaars op mijn pad. Helemaal bevangen was ik, wat een aanbidding. Tientallen heb ik er verzameld. Opeens was er namelijk ook marktplaats en daar trof ik een ware schat aan cowboylaarzen aan. Ik wilde ze in alle mogelijke kleuren en had een lijstje waarop ik bijhield welke kleur ik nog zocht. Het allereerste paar heb ik nieuw gekocht, al weer lang geleden. Een rib uit mijn lijf maar nu mijn dierbaarste laarzen uit mijn verzameling. De eerste keer dat ik ze droeg, was tijdens een avondje stappen. Nou, dat ging goed op die dingen, dat kan ik je verzekeren. Eenmaal thuis, flink aangeschoten ook, kreeg ik ze niet meer uit. Tenslotte wist ik me van de linkerlaars te bevrijden, na diverse martelpogingen in allerlei posities. De rechterlaars werd me teveel. Die nacht sliep ik met één laars aan mijn voeten. Op deze laars zit tegenwoordig een enorme jaap, opgelopen doordat ik bleef haken achter een bureau. Diezelfde avond had ik een spannende ontmoeting met een jongen, die daarna mijn grote liefde geworden is. Iedere keer dat ik de jaap op die laars zie, denk ik aan die romantische avond.
Verzamelwoede
Jaren later en bergen cowboylaarzen verder kwam daar de gymp op hoge hak. Dat schiep mogelijkheden! Leuk onder een trainingsbroek, zogenaamd sportief. Want rennen op die dingen kun je niet. Tenzij je al je botten wilt breken tijdens de jaarlijkse race op hoge hakken. Afijn, heel wat winkels heb ik afgeschuimd, letterlijk ook. Want soms verliet ik met het schuim op de mond een winkel, mijn pas aangeschafte buit tegen me aangeklemd. Wat een juweeltjes en in allerlei kleuren verkrijgbaar. Mijn verzamelwoede nam weer eens goed bezit van me, ik leek wel beneveld door iets met een hallucinerend stofje erin. Mijn schoenenkast puilt inmiddels uit van de hooggehakte gympen, ze vormen een heuse kleurenwaaier zo met z’n allen. Ik ben nog lang niet klaar met ze, draag ze geregeld en snuffel als een speurhond over het net en in de winkels. Maar iets in me zegt dat straks alles voor niks is geweest. Ik vrees dat er een moment komt, dat er een nieuwe favoriete schoen compleet bezit van mij gaat nemen. Door niets of niemand uit te drijven. Dat de verzameling kekke gympen in de zoveelste bigshopper gepropt worden en bij de rest van mijn verzameling in de kelder gezet wordt. Want waar moet ik anders al die schoenen laten. Eén troost, later, als ik groot ben, begin ik een schoenenmuseumpje en anders schenk ik alles aan mijn kleine nichtje dan wel aan het schoenenmuseum in Waalwijk. Dan kan ik nu nog even lekker doorgaan met verzamelen en compleet van de wip zijn door mijn favoriete schoenen. Zonder mijn jacht op favoriete schoenen zou ik namelijk leiden aan gruwelijke fantoompijn. Dat zou dan rond mijn voeten zitten, waar op dat moment Uggs omheen zitten en waarvan ik me afvraag, waarom die dingen zo’n pijn doen.
Hits: 761
Trackback(0)
Commentaar (2)

Schrijf commentaar






